Een beweging die zich zelden in de krant laat zien, en juist daarom werkt.

Het Particulier Initiatief (PI) is de academische naam voor wat Nederlanders al decennia spontaan doen: een stichting oprichten omdat ze in een ver land, een buurland of een buurland-om-de-hoek iets zagen wat hun hart raakte, en het daarna niet meer konden loslaten.

Rangers melden de terugkeer van giraffen, een veldproject van AFAS Foundation.
Een project van AFAS Foundation in samenwerking met lokale rangers, Masai Mara, 2026.

Wetenschappelijk in kaart gebracht.

Het is in de wereld van het PI vrij uitzonderlijk: een meerjarig academisch onderzoek dat het Nederlandse particuliere initiatief precies heeft doorgemeten, niet als bijproduct, maar als hoofdvraag.

Prof. Dr. Sara Kinsbergen en Dr. Lau Schulpen, beiden verbonden aan de afdeling Antropologie en Ontwikkelingsstudies van de Radboud Universiteit, bevroegen in 2017 ruim achthonderd Nederlandse PI's actief op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Een groot deel van die zelfde stichtingen werd in latere onderzoeksrondes opnieuw aangezocht, met dezelfde meetlat, telkens.

"PI's zijn geen modeverschijnsel. Ze zijn een stabiel en groeiend onderdeel van het Nederlandse maatschappelijk middenveld, kleiner van schaal, maar opgeteld een serieuze speler in het internationaal werk."

Wat het onderzoek liet zien

  • 800+ PI's bevraagd in het basisonderzoek; herhaalde meting in latere rondes.
  • Een totale jaarbesteding van enkele honderden miljoenen euro, voornamelijk uit kleine, lokale, particuliere donaties.
  • Een opvallend hoge mate van persoonlijke betrokkenheid: bestuurders bezoeken hun projecten gemiddeld een tot twee keer per jaar, vaak op eigen kosten.
  • Een lage overhead-ratio die voor klassieke goede doelen onhaalbaar is, eenvoudigweg omdat er nauwelijks overhead bestaat om te dragen.

Wie het volledige onderzoek wil bestuderen: de publicaties van Sara Kinsbergen staan via Radboud Universiteit toegankelijk.

Totaal aantal PI's in de OS-sector.

Edwin Vermeulen en Charles Groenhuijsen kwamen op grond van het onderzoek van Sara Kinsbergen uit op rond de vijfduizend particuliere initiatieven in het domein van ontwikkelingssamenwerking. Daarvan zijn er duizenden actief, anderen liggen tijdelijk stil, of bestaan alleen op papier.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteert sinds 2009 een soortgelijke schatting, gebaseerd op fiscaal terug te vinden ANBI-registraties. De getallen lopen op:

  • ~5.000 PI's actief vanuit Nederland, opgeteld de derde "donor" na grote organisaties.
  • 1.500+ ANBI-erkende kleine goede doelen met een internationale focus.
  • € 200 miljoen jaarlijks: de orde van grootte van de besteding, voornamelijk gefinancierd uit kleine, lokale, particuliere donaties.

Het cijfer dat het meest aanspreekt is dit: honderden kleine goede doelen geven honderdduizenden de kans om aan de armoede te ontsnappen. Die getallen zijn niet abstract. Ze betekenen kinderen die naar school gaan, moeders die niet langer alleen staan, dorpen waar drinkwater niet meer een dagtaak is.

Waarom "Particulier Initiatief"?

Het is een lelijke term voor iets moois. We weten het. Maar hij doet wel precies wat hij moet doen: hij plaatst initiatief, vrijwilligheid en particulier-zijn naast, niet ondergeschikt aan, de grote, betaalde, institutionele wereld van ontwikkelingshulp.

De term komt uit de academische literatuur (Kinsbergen, 2014) en is inmiddels overgenomen door het ministerie van Buitenlandse Zaken, het CBF en de Wilde Ganzen Stichting. Voor het publiek vertalen wij hem op deze website naar wat hij is: een klein goed doel.

Vragen over de definitie of de cijfers?

Cijfers, citaten of een second opinion nodig?

Het secretariaat verbindt u graag met de juiste expert binnen het PI-netwerk. Onze leden zijn doorgaans bereid om hun ervaring te delen, voor publicatie, beleid of onderwijs.